Gerechtelijke vervolging

Voor alle overtredingen van de MARPOL-reglementering, wordt een proces-verbaal opgesteld. Dit wordt aan de nationale gerechtelijke overheid doorgegeven wanneer een overtreding zich in de Belgische territoriale zee of Exclusieve Economische Zone (EEZ) voordoen, of langs diplomatieke weg aan de Vlagstaat of één van de naburige kuststaten overgemaakt voor overtredingen buiten de Belgische zeegebieden. De wet verbiedt alle lozingen van schadelijke stoffen in de Belgische zeegebieden.

Volgens Belgisch recht zijn deze processen-verbaal geldend tot het bewijs van het tegendeel.

Schepen die verantwoordelijk zijn voor moedwillige illegale lozingen in zee, stellen zichzelf bloot aan zeer hoge boetes, zoals vastgelegd door de wet van 6 april 1995 ter voorkoming van vervuiling op zee (gewijzigd door de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu).

Koopvaardijschip

DE VERANTWOORDELIJKE IS BOETE (€)
de eigenaar, de bevrachter, de beheerder of de exploitant van het schip (*) 500.000 – 1.000.000
de kapitein 10.000 – 25.000
een officier 2.000 – 10.000

Plezierschip of vissersboot

DE VERANTWOORDELIJKE IS: BOETE (€)
de eigenaar, de bevrachter, de beheerder of de exploitant van het schip (*) 10.000 – 25.000
de schipper 3.000 – 25.000

(*) De bovenvermelde boetens worden verdubbeld als de overtreding plaatsvindt tussen zonsondergang en zonsopgang. Ze kunnen nog verdubbeld worden in geval van herhaling.

De bovenvermelde bedragen, die als dusdanig in de wet worden bepaald, moeten nog worden verhoogd met zogenaamde “opdeciemen” om tot het werkelijk bedrag te komen. De waarde van de opdeciemen evolueert met de tijd. Tegenwoordig betekent dit dat de bedragen hierboven met een factor 6 dienen vermenigvuldigd te worden.

Het parket kan ook een minnelijke schikking voorstellen, maar het bedrag daarvan mag in geen geval minder zijn dan één tiende van de bij wet bepaalde minimum geldboete verhoogd met de opdeciemen.