Gerechtelijke vervolging

Voor alle overtredingen van de MARPOL-reglementering wordt een proces-verbaal opgesteld. Dit wordt aan de nationale gerechtelijke overheid doorgegeven wanneer een overtreding zich in de Belgische territoriale zee of Exclusieve Economische Zone (EEZ) voordoet, of langs diplomatieke weg aan de Vlaggestaat of één van de naburige kuststaten overgemaakt voor overtredingen buiten de Belgische zeegebieden.

Volgens Belgisch recht zijn deze processen-verbaal geldend tot een eventueel bewijs van het tegendeel kan worden geleverd mits het respecteren van een termijn van 14 dagen. Als deze termijn niet wordt gerespecteerd wordt het een pv van inlichting.

Schepen die verantwoordelijk zijn voor moedwillige illegale lozingen in zee, stellen zichzelf bloot aan zeer hoge boetes, zoals vastgelegd door de wet van 6 april 1995 ter voorkoming van vervuiling op zee (zoals gewijzigd), kortweg ‘MARPOL-Wet’ genaamd).

Koopvaardijschip

DE VERANTWOORDELIJKE IS BOETE (€)
de eigenaar, de bevrachter, de beheerder of de exploitant van het schip (*) 500.000 – 1.000.000
de kapitein 10.000 – 25.000
een officier 2.000 – 10.000
(*) De bovenvermelde boetes worden verdubbeld als de overtreding plaatsvindt tussen zonsondergang en zonsopgang.
Ze kunnen nog eens verdubbeld worden in geval van herhaling.

Plezierschip of vissersboot

DE VERANTWOORDELIJKE IS: BOETE (€)
de eigenaar, de bevrachter, de beheerder of de exploitant van het schip (*) 10.000 – 25.000
de schipper 3.000 – 25.000
(*) De bovenvermelde boetes worden verdubbeld als de overtreding plaatsvindt tussen zonsondergang en zonsopgang.
Ze kunnen nog eens verdubbeld worden in geval van herhaling.

De bovenvermelde bedragen, die als dusdanig in de wet worden bepaald, moeten nog worden verhoogd met zogenaamde “opdeciemen” om tot het werkelijk boetebedrag te komen. De waarde van de opdeciemen evolueert met de tijd. Tegenwoordig betekent dit dat de bedragen hierboven met een factor 8 dienen vermenigvuldigd te worden.

Het parket kan ook een minnelijke schikking voorstellen, maar het bedrag daarvan mag in geen geval minder zijn dan één tiende van de bij wet bepaalde minimum geldboete verhoogd met de opdeciemen. 

 

Administratieve geldboetes

Sinds 2017 staan inbreuken op de scheepvaartwetten, met inbegrip van de MARPOL-wet van 1995, naast de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging ook open voor administratieve vervolging. De Dienst Administratieve Geldboetes, binnen het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, is aangeduid als bevoegde autoriteit en is bevoegd voor het opleggen van administratieve geldboetes.

De minimale en maximale bedragen van de adminstratieve gelboete stemmen overeen met de respectieve bedragen, verhoogd met de opdeciemen van de strafrechtelijke geldboete, bepaald in de scheepvaartwetten die dezelfde feiten sanctioneren. Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete, houdt de bevoegde overheid rekenening met de ernst van de feiten en eventuele herhaling. Bij herhaling binnen het jaar dat volgt op een beslissing die een administratieve geldboete oplegt, kunnen de bedragen worden verdubbeld.